
LUBUMBASHI – Het Instituut voor Onderzoek naar de Mensenrechten (IRDH), een Congolese ngo die zich inzet voor de bescherming van mensenrechten, heeft de vermeende straffeloosheid aangeklaagd van mijnbouwbedrijven die worden beschuldigd van milieuvervuiling in de provincies Haut-Katanga en Lualaba.
De organisatie zegt volgens Radio Okapi donderdag 6 augustus een memorandum te hebben overhandigd aan de president. Op een persconferentie in Lubumbashi noemde de algemeen directeur van IRDH, Hubert Tshiwaka, de mijnbouwbedrijven Chemaf, CDM en Somika als voorbeelden van wat hij omschrijft als de “institutionalisering van straffeloosheid” op het gebied van milieubescherming.
Volgens IRDH zouden de drie bedrijven betrokken zijn bij verschillende incidenten die gevolgen hadden voor lokale gemeenschappen en ecosystemen.
Verlaten afvalwaterbekkens
Wat CHEMAF betreft, stelt Hubert Tshiwaka dat het bedrijf drie bekkens voor lixiviatlozingen zou hebben achtergelaten. Het gaat om afvalwater dat vrijkomt bij de verwerking van ertsen.
Volgens de algemeen directeur van IRDH zou het achterlaten van deze bekkens al tot de dood van een persoon hebben geleid.
Miljoenen kubieke meters afvalwater
Ook CDM wordt door de organisatie in verband gebracht met een ernstig incident dat zich in november 2025 zou hebben voorgedaan.
Volgens IRDH zou ongeveer 2,8 miljoen kubieke meter afvalwater zijn geloosd in de wijken Kasapa, Kamatete en Kamisepe, dichtbevolkte gebieden in Lubumbashi.
De ngo herinnert eraan dat de Congolese regering het bedrijf destijds zou hebben veroordeeld tot het betalen van minstens 6 miljoen dollar aan de getroffen gemeenschappen. “Bijna zeven maanden later wil CDM deze 6 miljoen dollar nog altijd niet betalen”, aldus Tshiwaka.
Zure stoffen in rivieren
Het derde dossier gaat over Somika. Die onderneming wordt door IRDH verantwoordelijk gehouden voor twee incidenten in Kwampisha. Volgens de ngo zouden zure stoffen zijn geloosd in de rivieren Kasonta en Kibunduka. Deze waterlopen zouden volgens de organisatie het kunstmatige meer van het Nationaal Instituut voor Agronomisch Onderzoek (INERA) voeden. “Op dit moment zijn meer dan 208 vijvers vervuild.”
IRDH vraagt optreden van president
In zijn memorandum vraagt IRDH aan president Félix Tshisekedi om erop toe te zien dat de rechten van slachtoffers worden gerespecteerd en dat mijnbouwbedrijven hun wettelijke verplichtingen op het gebied van milieubescherming daadwerkelijk naleven. De organisatie pleit ook voor een betere ondersteuning van gemeenschappen die door vervuiling zijn getroffen en voor strengere controle- en sanctiemechanismen voor mijnbouwbedrijven.
Chemaf, CDM en Somika moeten nog reageren op de beschuldigingen van IRDH.
© CongoForum, 08.08.26 (rk)
Beeld – bron: (illustratief)/Radio Okapi