
KINSHASA – Ex-president Joseph Kabila pleit ervoor om de onderhandelingen in Doha voort te zetten, zonder de gewapende strijd op te geven. In een interview dat op 27 oktober werd uitgezonden, maar vier dagen eerder werd opgenomen, licht de voormalige president van de Democratische Republiek Congo zijn voorwaarden voor een nationale dialoog toe. Ook trekt hij de organisatie van verkiezingen in 2028 in twijfel. Zijn standpunten verschillen van die van president Félix Tshisekedi, die op 24 oktober de verkozenen uit zijn meerderheid toesprak.
De twee spreken over een dialoog, maar verbinden daar verschillende voorwaarden en doelstellingen aan, constateert RFI.
In zijn interview met Conspiracy Tracker Great Lakes, een platform dat nauwe banden heeft met het Front voor de Heropbouw van de Natie (FRN), beschouwt Joseph Kabila de onderhandelingen als een mogelijkheid die kan blijven bestaan, naast andere opties.
Het interview werd opgenomen op 23 oktober, een dag voordat Félix Tshisekedi het woord nam voor de parlementsleden en senatoren van de Union sacrée, de politieke meerderheid die hem steunt. De uitspraken van Kabila dateren ook van vóór het initiatief dat de Coalitie Artikel 64 op 27 oktober aankondigde: een ontmoeting met beide politici om de voorwaarden voor een nationale dialoog te bespreken.
Kabila: “We leggen de wapens niet neer”
Joseph Kabila wil dat het vredesproces van Doha wordt voortgezet. Hij wijst op de bestaande ondertekende akkoorden en de lopende gesprekken, maar benadrukt dat dit proces slechts “een optie naast andere mogelijkheden” is.
De voormalige president verwijt de Congolese autoriteiten een gebrek aan politieke wil. Volgens hem komen zij hun verplichtingen rond de vrijlating van gevangenen en het staakt-het-vuren niet na. Kabila verwijst ook naar droneaanvallen en beweert dat hij zelf in Goma het doelwit is geweest.
Zijn steun aan de voortzetting van het vredesproces betekent niet dat hij afstand neemt van de gewapende strijd. Kabila rechtvaardigt die houding door te wijzen op ‘de inperking van de politieke ruimte’ en de weigering van de machthebbers om een echte dialoog aan te gaan.
Félix Tshisekedi verwerpt die kijk. Hij is niet te spreken over de beslissing van zijn voorganger om opnieuw de wapens op te nemen tegen het land dat hij 18 jaar leidde.
Volgens Tshisekedi probeert Kabila met zijn engagement aan het hoofd van het FRN een Congolees gezicht te geven aan de ‘Rwandese agressie’.
Verschil van mening
Volgens Joseph Kabila moet een nationale dialoog de belangrijkste betrokken partijen samenbrengen, ruimte bieden voor een confrontatie tussen uiteenlopende standpunten en uitmonden in onderhandelde oplossingen. Hij pleit voor een onafhankelijk kader, een instantie die de gesprekken leidt en garanties om toe te zien op de uitvoering van de bereikte akkoorden.
De voormalige president, die Congo bestuurde van 2001 tot 2019, vindt dat deze voorwaarden niet vervuld zijn in het dialoogproces dat Félix Tshisekedi voorbereidt. Hij beschuldigt het staatshoofd ervan zijn eigen visie op de dialoog en de uitkomst ervan te willen opleggen, met name wat de Grondwet betreft. Kabila omschrijft die aanpak als een ‘monoloog’.
Tshisekedi geeft aan de dialoog een andere uitleg. “De dialoog zal geen einde maken aan de oorlog”. Volgens de president moet het initiatief de nationale samenhang versterken en het vertrouwen herstellen van een bevolking die volgens hem ongerust is over de recente ontwikkelingen op veiligheidsgebied.
Hij wil verder gaan dan gesprekken tussen politieke leiders alleen. Zijn voorstel voorziet in volksraadplegingen waarbij Congolezen hun opmerkingen en voorstellen kunnen formuleren. Hij vraagt de verkozen vertegenwoordigers om naar hun kiesdistricten terug te keren en de bevolking te helpen zich te organiseren, zonder haar te beïnvloeden.
Het meningsverschil gaat dus over de deelnemingsvoorwaarden, de organisatie van het proces en het beoogde resultaat. Kabila verdedigt onderhandelingen over de politieke en veiligheidscrisis. Tshisekedi presenteert zijn initiatief als een manier om de Congolezen te verenigen en een breder debat over de toekomst van het land op gang te brengen.
Eerdere onderhandelingen
Om zijn visie op een oplossing voor de crisis toe te lichten, verwijst Kabila naar de onderhandelingen die werden opgestart nadat hij in 2001 aan de macht kwam.
Hij erkent dat de context en de betrokken partijen sindsdien zijn veranderd, maar verwijst naar de intercongolese dialoog en de hereniging van het land als voorbeelden. Volgens hem moet een oplossing ook gepaard gaan met het vertrek van alle buitenlandse troepen van Congolees grondgebied.
Het tijdsschema, de voorwaarden en de mechanismen voor die terugtrekking moeten volgens Kabila nog worden besproken. Tijdens het interview presenteerde hij echter geen concreet uitvoeringsplan of deadline.
Tshisekedi legt daarentegen de nadruk op de versterking van de Congolese strijdkrachten. Hij zegt vertrouwen te hebben in het leger, ondanks de moeilijkheden die hij onder meer toeschrijft aan infiltraties en verraad. Hij roept de verkozen vertegenwoordigers op om de bevolking te mobiliseren ter ondersteuning van het leger.
De twee toespraken bieden geen gemeenschappelijk perspectief op een einde aan de gevechten. Kabila houdt verschillende mogelijkheden open, waaronder de gewapende strijd. Tshisekedi maakt duidelijk onderscheid tussen de nationale dialoog en de beëindiging van de oorlog, en bevestigt zijn vertrouwen in het militaire optreden.
Verkiezingen in 2028
Ook over de mogelijkheid van een electorale machtswissel verschillen beide politici van mening.
Joseph Kabila erkent de instellingen die voortkwamen uit de verkiezingen van 2023 niet. Hij betwist de geloofwaardigheid van die stembusgang en stelt dat er geen aanwijzingen zijn dat de verkiezingen in 2028 daadwerkelijk zullen plaatsvinden.
Op de vraag waarom hij niet gewoon op die verkiezingen wacht, reageert hij met een tegenvraag: heeft de DR Congo verkiezingen nodig of een “revolutie”?
Kabila verduidelijkt dat hij met die laatste term niet noodzakelijk wapens en gevechten bedoelt. Hij pleit voor een verandering van de werking van het politieke systeem, met inbegrip van de organisatie van verkiezingen. Zonder zulke hervormingen dreigen volgens hem dezelfde crisissen zich te herhalen. Een concreet tijdschema of mechanisme voor deze politieke transformatie legt hij echter niet voor.
Tshisekedi verdedigt op zijn beurt een herziening van de Grondwet, maar ontkent dat hij daarmee aan de macht wil blijven. “Als in 2028 de doelstellingen die ik mezelf heb gesteld, zijn bereikt en het volk de Grondwet niet wil veranderen, zie ik niet in hoe ik mezelf aan de macht zou kunnen houden”, verklaarde hij voor de vertegenwoordigers van zijn meerderheid.
Daarmee schetst hij een scenario waarin hij vertrekt als zijn doelstellingen zijn bereikt en de bevolking een grondwetswijziging afwijst. In dit fragment licht hij niet toe wat hij in andere omstandigheden van plan is.
Coalitie Artikel 64
Tegen deze achtergrond wil de Coalitie Artikel 64 (C64) trachten te bemiddelen.
Na afloop van haar overleg in Rome, van 25 tot 27 oktober, kondigde de coalitie aan dat ze afzonderlijke ontmoetingen wil met Félix Tshisekedi en Joseph Kabila. Het doel is om overeenstemming te bereiken over de voorwaarden voor een inclusieve nationale dialoog.
De coalitie veroordeelt zowel het omzeilen van de grondwettelijke beperkingen als het met geweld veroveren van de macht. Ze bevestigt haar verzet tegen een grondwetswijziging, een derde ambtstermijn voor de president en elk uitstel van de voor 2028 geplande verkiezingen.
Het FRN staat positief tegenover een ontmoeting met de delegatie van C64. Een concrete datum voor het gesprek is evenwel nog niet bekendgemaakt.
© CongoForum, 29.10.26 (rk)
Beeld – bron: Radio Okapi