
KINSHASA – In de DR Congo wordt op 16 juni de Dag van het Afrikaanse Kind gevierd. In het lager onderwijs is er vooruitgang geboekt maar nog steeds gaan 7,6 miljoen kinderen tussen 5 en 17 jaar niet naar school, zegt Unicef. Schattingen van andere VN-organisaties spreken van 6,4 miljoen kinderen die niet op school zitten.
Deze situatie is te wijten aan de armoede in vele families, de onrechtstreekse kosten van scholen, de ongelijkheid tussen de steden en rurale gebieden en de broosheid van het onderwijssysteem, aldus Radio Okapi. Kinderen met een handicap en blinde kinderen behoren tot de groepen die vaak door de mazen van het net vallen.
In Oost-Congo is de onderwijscrisis heel erg als gevolg van de oorlog. Vele scholen zijn er gesloten of verwoest. Honderdduizenden kinderen kunnen er niet meer naar school gaan door het aanhoudende geweld.
In het westen van Congo zijn er ontheemde kinderen door de spanningen tussen twee bevolkingsgroepen, de Teke en de Yaka. Het geweld van de Mobondostrijders deed daar vele burgers op de vlucht slaan.
De armoede dwingt heel wat kinderen om te gaan werken en zo hun families te steunen. Zo is er bijvoorbeeld veel kinderarbeid in mijnen in Haut-Katanga en Lualaba. In Oost-Kasaï, meer bepaald in Mbuji-Mayi, worden kinderen soms ingeschakeld bij begrafenisplechtigheden. Een praktijk die vele waarnemers ter plaatse choqueert. In Kananga, in Centraal-Kasaï, zijn er kinderen die de hele dag lang auto’s wassen in plaats van naar school te gaan.
Unicef vindt dat de toegang tot degelijk onderwijs moet worden verbeterd. Er moet ook worden opgetreden tegen kinderarbeid. Kinderen moeten worden beschermd in conflictgebieden. En de kwetsbaarste families moeten ondersteuning krijgen.
© CongoForum, 16.06.26 (db)
Beeld – bron: Radio Okapi