
BRUSSEL – Vanuit Brussel heeft de Congolese minister van Mensenrechten, Samuel Mbemba, op 7 mei een alarmsignaal laten horen dat volgens Congo Quotidien inmiddels weerklinkt van de oevers van de Zenne tot de heuvels van Kivu. Voor een publiek van Congolezen die zich in Europa hebben gevestigd, riep hij de Congolese diaspora op om het speerpunt te worden van een ongeziene campagne: internationale erkenning verkrijgen van de genocide in de DR Congo en buitenlandse regeringen ertoe aanzetten om sancties op te leggen aan Rwanda. Een oproep die tegelijk vragen oproept en mobiliseert.
De keuze voor Brussel is allesbehalve toevallig. Als kruispunt van de instellingen van de Europese Unie belichaamt de Belgische hoofdstad het diplomatieke toneel waar de geloofwaardigheid van de strijd tegen straffeloosheid wordt bepaald. Samuel Mbemba begrijpt dat maar al te goed.
Hij riep de Europese Unie op om het voorbeeld te volgen van de Verenigde Staten, die al beperkende maatregelen afkondigden tegen personen die worden verantwoordelijk gesteld voor de onveiligheid in Oost-Congo. Volgens hem zou westerse eensgezindheid de Congolese zaak een nieuw gewicht geven. Maar waarom bleef die terughoudendheid tot nu toe bestaan? De kwalificatie “genocide”, met haar zware juridische gevolgen, blijft een grens die weinig staten durven overschrijden zonder druk van een gemobiliseerde publieke opinie.
“Wij vragen de Europese Unie om de genocide in de Democratische Republiek Congo te erkennen. Ik roep ook onze diaspora op om zich actief in te zetten, want deze strijd gaat niet alleen de president van de republiek, Félix Tshisekedi, aan, maar de hele Congolese natie”, verklaarde de minister. Deze woorden, uitgesproken op 7 mei, weerspiegelen een frustratie die lange tijd onder de oppervlakte bleef: de honderden massagraven in Noord-Kivu en Ituri worden door de internationale gemeenschap nog steeds omschreven als “massale wreedheden”, zonder officiële naam.
Door Congolezen in het buitenland op te roepen om “ambassadeurs van het pleidooi” te worden, schetst Mbemba een strategie om het diplomatieke stilzwijgen te doorbreken. De Congolese diaspora, sterk dankzij haar mediakanalen, intellectuelen en ondernemers, zou wel eens de ontbrekende schakel kunnen worden tussen de overlevenden en de besluitvormers. De inzet is ambitieus, maar voorbeelden uit het verleden bestaan: Armeense, Tutsi- en Jezidische gemeenschappen zijn er door volgehouden inspanningen in geslaagd om hun collectieve herinnering op de agenda van de Verenigde Naties te plaatsen. Nu komt het erop aan die militante energie om te zetten in concrete druk op gastlanden, klinkt het.
De sancties tegen Kigali, geëist door Kinshasa, richten zich rechtstreeks op de Rwandese autoriteiten, die ervan worden beschuldigd conflicten aan te wakkeren om onbelemmerde toegang te krijgen tot Congolese ertsen. Die beschuldiging komt niet langer alleen uit rapporten van VN-experts, maar vindt inmiddels ook weerklank in westerse hoofdsteden. De sancties die Washington in 2024 invoerde, hebben een precedent geschapen. Toch aarzelt Europa, als een van de belangrijkste donoren van Rwanda, nog steeds. “Het regime in Kigali verstoort bewust de vrede”, zei de minister, in de hoop dat de diaspora deze boodschap zal uitdragen in media en parlementen.
Deze noodkreet gaat verder dan louter overheidscommunicatie, vindt Congo Quotidien. Ze onthult een overtuiging: zonder transnationale mobilisatie zal internationale erkenning van de genocide in Congo een illusie blijven. Mbemba dwingt de diaspora om zichzelf een fundamentele vraag te stellen. Kan zij zich nog beperken tot geldtransfers en solidariteitsconcerten, wanneer de geschiedenis haar de kans biedt om haar eigen verhaal te herschrijven?
De inzet is immens: de Congolese slachtpartijen laten opnemen in de lijst van internationaal erkende tragedies betekent ook de weg openen naar herstelbetalingen, rechtszaken en duurzame vrede.
Terwijl slachtoffers nog steeds zonder gerechtigheid worden begraven, blijft de vraag hangen of de oproep uit Brussel een vervolg krijgt. Het antwoord zal afhangen van het vermogen van de diaspora om emotie om te zetten in lobbywerk, en herdenking in gerichte actie. Een strijd tegen vergetelheid die, voor het eerst, Congolezen in het buitenland centraal plaatst op het internationale schaakbord, besluit Congo Quotidien.
© CongoForum, 09.05.26 redactie
Beeld – bron: Samuel Mbemba in Brussel/Radio Okapi