
MATADI – Het ministerie van Milieu en Duurzame Ontwikkeling heeft op 13 en 14 februari in Matadi een workshop over bioveiligheid georganiseerd. Het evenement bracht de belangrijkste spelers uit de provincie Centraal-Kongo bijeen rond een voorontwerp van wet over dit thema. Volgens Kongomedia.net vond het initiatief plaats met steun van het programma ‘Versterking van de capaciteit voor de uitvoering van nationale kaders voor bioveiligheid in zuidelijk Afrika’ (SINBF).
Twee dagen lang kwamen in het Panorama Hotel belanghebbenden (spelers uit het maatschappelijk middenveld, provinciale instellingen, onderzoekers, consumenten en vrouwelijke tuinders) bijeen om te discussiëren over de uitdagingen op het gebied van bioveiligheid in de Democratische Republiek Congo. Ze wilden lokale input verzamelen om de definitieve wettekst te verrijken en het publiek bewust maken van de uitdagingen op het gebied van biotechnologie. Het programma bood ook de gelegenheid om het Protocol van Cartagena over bioveiligheid te presenteren, evenals de stand van zaken van de Congolese wetgeving op dit gebied.
De discussies concentreerden zich op genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s). Dat zijn planten of dieren waarvan het genetisch materiaal kunstmatig is aangepast om de weerstand tegen ziekten, slechte weersomstandigheden of de gevolgen van de klimaatverandering te vergroten.
Guy Mboma, chef van het bureau voor bioveiligheid en contactpersoon voor het Protocol van Cartagena in de DR Congo, wees op de kansen die deze technieken bieden. “We hebben het hier over echt resistente organismen. In de veeteelt zorgt dit voor meer vruchtbare dieren die beter bestand zijn tegen epidemieën.”.
Mboma had het ook over mogelijke innovaties in de gezondheidssector, zoals de productie van eetbare vaccins die rechtstreeks in voedingsmiddelen worden verwerkt. “In dit stadium gaat het om het anticiperen op potentiële risico’s in plaats van op bewezen risico’s. Precies daarom is deze wet onontbeerlijk.”
Technische uitdagingen
De DR Congo heeft twee hoogwaardige laboratoria die GGO’s kunnen identificeren maar die liggen niet aan de landgrens. De toekomstige wet kan pas helemaal doeltreffend worden als de toegang tot het grondgebied wordt beveiligd in nauwe samenwerking met deze technische structuren.
Pasconet Kueyitualamo Sila, provinciaal coördinator voor het milieu, wilde een geruststellende boodschap meegeven. “GGO’s zijn geen giftige stoffen. Deze technieken bestaan al elders. We voeren gewoon een kader in om deze nieuwe materie te beveiligen door ze aan te passen aan de lokale realiteit.”
Volgens advocaat Edo Lilakako, lid van de organisatie JUREC, is er ook een juridische urgentie. “De DR Congo ging verplichtingen aan door toe te treden tot het Protocol van Cartagena. Wegens de snelheid waarmee GGO’s zich wereldwijd verspreiden, is het essentieel om te beschikken over een wettelijk kader dat de bevolking en het milieu beschermt.”
Congo legde al een zeker parcours af op dit vlak. Als partij bij het Verdrag inzake biologische diversiteit en ondertekenaar van het Protocol van Cartagena sinds 2005 moet het land nu zijn juridische instrumentarium aanpassen. Hoewel de kaderwet van 2011 over het milieu deze kwestie zijdelings aanraakte, maakt de snelle ontwikkeling van de moderne biotechnologie een specifieke en functionele wet noodzakelijk.
Het gaat erom aangepaste levende organismen, beter bekend als GGO’s, te reguleren om potentiële risico’s voor de biodiversiteit en de menselijke gezondheid te voorkomen, met respect voor het Protocol van Nagoya-Kuala Lumpur over aansprakelijkheid en schadevergoedingen.
Momenteel produceert Congo geen GGO’s voor commerciële doeleinden, vermits de activiteiten beperkt blijven tot laboratoriumonderzoek. Het wetsontwerp zou het pad effenen voor een eventuele commercialisering.
De workshop in Matadi werd afgesloten met een aantal technische aanbevelingen om ervoor te zorgen dat de toekomstige wet over bioveiligheid tegelijkertijd bescherming biedt en inspeelt op de noden van de Congolese burgers.
© CongoForum, 20.02.26 (rk)
Beeld – bron: (illustratief)/Radio Okapi