Rapport CNPV bevestigt dubieuze praktijken in Congolese mijnbouw (CongoForum)

KINSHASA – De coalitie “Le Congo n’est pas à vendre” (CNPV) heeft een rapport gepubliceerd dat een grimmig licht werpt op de dubieuze praktijken in de Congolese mijnbouw. Het document belicht praktijken die de staat miljarden dollars kosten, bericht Congo Quotidien.

Het mijnproject Mutanda Mining, dat werd voorgesteld als een juweel van koper en kobalt, is uitgegroeid tot een symbool van ondoorzichtige bedrijfsvoering, waarbij particuliere belangen voorrang lijken te hebben gekregen op het algemeen belang. Hoe kon deze onteigening ongestraft plaatsvinden, vraagt Congo Quotidien zich af.

De staatsonderneming Gécamines lijkt genoeg het grote slachtoffer van deze situatie te zijn. Tussen 2007 en 2012, een cruciale periode voor de ontwikkeling van de sector, zou het staatsbedrijf slechts kruimels hebben ontvangen, terwijl anderen kolossale winsten binnenhaalden. De coördinator van CNPV, Dirk Shaka, komt tot een vernietigend oordeel: “We zijn getuige van een ware roof van nationale rijkdommen onder het mom van economische partnerschappen. “

Het complexe netwerk van ondoorzichtige transacties in de DR Congo zou bepaalde investeerders, met name de Ventora-groep die banden heeft met de steenrijke zakenman Dan Gertler, in staat hebben gesteld om aanzienlijke winsten te behalen op de herverkoop van aandelen die in op zijn zachtst gezegd twijfelachtige omstandigheden werden verworven.

De grootschalige corruptie in de mijnbouw roept vragen op over de doeltreffendheid van de controlemechanismen van de staat en over de werkelijke politieke wil om een einde te maken aan deze schadelijke praktijken.

De uitverkoop van de activa van het Gécamines Mutanda Mining-project verliep volgens een ondertussen bekend patroon: geen voorafgaande evaluaties, de omzeiling van aanbestedingsprocedures en uiteindelijk het verlies van controle door Gécamines over een strategisch actief. De coalitie benadrukt dat deze geleidelijke onteigening de Congolese staat essentiële inkomsten voor zijn ontwikkeling ontneemt, terwijl de bevolking ondanks de immense rijkdom van de bodem in verontrustende armoede blijft leven.

CNPV eist onmiddellijke corrigerende maatregelen. Een grondige controle van de aanbestedingen, de herziening van de in het geheim gesloten overeenkomsten en teruggave van de onrechtmatig verkregen activa zijn het absolute minimum om enige geloofwaardigheid te herstellen. De fundamentele vraag blijft: zal de Congolese regering de politieke moed hebben om de gevestigde belangen aan te pakken en de controle over de mijnbouw terug te nemen?

De onthullingen over het tegen een ‘spotprijs’ verkochte kobalt passen in een bredere context van terugkerende controverses rond de mijnbouw in Congo. Het patroon herhaalt zich onverbiddelijk: offshorebedrijven, invloedrijke tussenpersonen en uiteindelijk de Congolese staat die essentiële inkomsten misloopt. De zaak Mutanda Mining is maar het topje van de ijsberg van slecht bestuur dat al tientallen jaren lang het ontwikkelingspotentieel van het land ondermijnt.

De bal ligt nu in het kamp van de Congolese autoriteiten. Zullen zij instemmen met transparantie en breken met de praktijken die de mijnbouw hebben veranderd in een speelterrein voor economische roofdieren? Of zullen ze hun ogen blijven sluiten voor een systeem dat ten koste van de meerderheid ten goede komt aan een minderheid? De toekomst van het beheer van de natuurlijke rijkdommen hangt mogelijk af van de manier waarop wordt gereageerd op deze explosieve onthullingen.

© CongoForum, 19.10.25 (em)

Beeld – bron: Radio Okapi

Nos sponsors