Akkoorden over de rijkdom onder de voeten ­van de Congolezen worden boven hun hoofden bedisseld (Marti Waals)

(Opinie)

BRUSSEL – Ontwikkelingshelper Marti Waals stelt in Goma, sinds januari in handen van de M23, vast dat de regio dreigt te worden uitverkocht, ten nadele van de ontwikkelingskansen van de lokale bevolking. Heeft juist België, vanuit zijn koloniale verleden, niet de plicht te voorkomen dat dit opnieuw gebeurt?

De overname, zes maanden geleden, van Goma en Bukavu in Oost-Congo door de rebellen van M23 heeft niet enkel negatieve gevolgen, zo stelde ik onlangs ter plaatse vast. Er komt immers een zekere vorm van bestuur tot stand. Dat lijkt een verademing na tientallen jaren van ongebreidelde chaos, corruptie en wanbeheer binnen het leger en andere overheidsdiensten.

Maar tegen welke prijs? De banken blijven dicht, de luchthaven blijft gesloten, het economische leven is grotendeels stilgevallen, velen zijn ontslagen. Dit niet enkel uit overheidsdiensten, maar ook bedrijven en zelfs de informele sector vielen grotendeels stil. De armoede onder gewone mensen blijft dan ook snel toenemen.

Bovendien wordt met harde hand opgetreden, waarbij zelfs de zweep, de ‘chicotte’, niet wordt geschuwd. Dit gaat gepaard met onaanvaardbare praktijken zoals de gedwongen rekrutering van mannen binnen de beweging, het opleggen van lijfstraffen en zelfs executies.

Vredesakkoord

Wellicht tegen beter weten in blijven de mensen hopen op vrede. Sommigen klampen zich vast aan de strohalm van het in Washington gesloten akkoord tussen Congo, Rwanda en de VS. Anderen zeggen: “Dat ze onze grondstoffen maar pakken, als wij maar in vrede kunnen leven na dertig jaar oorlog en ontbering.”

Want alles wijst er inderdaad op dat dit vredesakkoord de weg vrijmaakt om de ‘regionale mineralen’ vooral via Amerikaanse bedrijven naar de buurlanden te brengen om daar te worden verwerkt. Door het gebrek aan infrastructuur en behoorlijke coördinatie blijft Kinshasa, letterlijk, ver achter.

Dat M23 in zijn strijd gesteund wordt door buurland Rwanda is (onder andere uit VN-rapporten) al lang duidelijk. Maar in feite zijn ook zij pionnen in een geostrategisch spel om, tegen alle internationale verklaringen over nationale integriteit in, de hand te leggen op Kivu – en bij uitbreiding vanuit Oeganda ook de Ituri-streek. Een M23-officier zei me dat hun objectief enkel is “om vreedzaam melk te kunnen drinken met de Congolese bevolking”. Een wel erg rooskleurige invulling van dit machiavellisme.

Naast deze oneerlijke exploitatie van de grondstoffen zag ik ook dat veel huizen, zowel in de stad als op het platteland, nu al worden ingenomen door gelijkgezinden binnen het nieuwe bewind. Dat dit de terugkeer van de ontheemden stremt en de demonen van etnische spanningen enkel kan ontketenen, mag duidelijk zijn.

In dit macabere spel worden bovendien de geesten van de naar Congo gevluchte massamoordenaars van 1994 opgeroepen. Zij worden nog altijd voorgesteld als een bedreiging voor de nationale veiligheid van Rwanda. Hoewel zij in M23-gebied leven, wordt hun “neutralisering” door de Congolese strijdkrachten als voorwaarde opgelegd voor de uitvoering van het vredesakkoord. Tegelijkertijd heeft Rwanda velen van hen, na repatriëring binnen de eigen landsgrenzen, opnieuw de Congolese grens overgezet, om zo een alibi te creëren voor een versterkte militaire aanwezigheid.

Schaamlap

Ook van de politieke tak van de M23, de Alliantie van de Congo-rivier, is in deze zin weinig weerwerk te verwachten. Zoals in het verleden blijkt dit vooral een Congolese schaamlap voor de Rwandese expansiedrang. En hoewel voormalig president Joseph Kabila zich nu binnen deze beweging en tegen de regering van zijn opvolger Tshisekedi opwerpt als dé verdediger van de nationale Congolese waarden, doet zijn militair verleden binnen het Rwandese leger en zijn vele contacten daar toch de nodige twijfels rijzen.

De bevolking van deze streek is, nog maar eens, de dupe van deze uitverkoop. Het is onrechtvaardig dat akkoorden over de rijkdom die zich onder hun voeten bevindt, boven hun hoofden worden bedisseld. Dat er geen enkele garantie is dat deze zullen bijdragen tot hun ontwikkelingskansen en gerechtvaardigde roep naar vrede. En dat heel hun streek een nieuw soort vrijhandelszone, zelfs wingewest, dreigt te worden, waar enkel het recht van de sterkste geldt.

Heeft juist België in deze geen bijzondere verantwoordelijkheid? Niet enkel vanuit de fouten van onze eigen koloniale geschiedenis zoals de exploitatie van rubber, ten koste van vele mensenlevens, maar vooral vanuit het principe van rechtvaardigheid en het scheppen van kansen voor deze bevolking die al veel te lang ondraaglijk lijdt. Buitenlandminister Maxime Prévot trekt deze week naar Kinshasa. Kan of wil hij voorkomen dat de geschiedenis zich eenvoudig herhaalt?

Marti Waals, 19.08.25

Een opiniestuk van Marti Waals dat ook verscheen bij De Morgen. Wij nemen de tekst over met de toestemming van de auteur.

Beeld-bron: illustratief/Radio Okapi

Nos sponsors