VN-Veiligheidsraad: middenveld hekelt ‘economische oorlog’ rond mijnbouw in Oost-Congo (CongoForum)

NEW YORK/KINSHASA – De veiligheidssituatie in het oosten van de Democratische Republiek Congo is volgens Néné Bintou Iragi, vertegenwoordiger van het maatschappelijk middenveld uit Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri, nog meer verslechterd. Tijdens een zitting van de VN-Veiligheidsraad op dinsdag 29 september sprak ze van een regio die niet langer alleen met een crisis kampt, maar volgens haar “ineenstort”, zo meldt Radio Okapi.

Iragi zei dat de bevolking in gebieden die onder controle staan van de AFC/M23 wordt geconfronteerd met parallel bestuur, illegale belastingen en ernstige mensenrechtenschendingen. Ze verwees onder meer naar Kanyola, Luntukulu, Kabare, Walungu, Kalehe, Bukavu en Goma.

Volgens de vrouw uit het middenveld worden burgers geconfronteerd met moorden, brandstichting, collectieve straffen en willekeurige opsluitingen. Gevangenen zouden worden vastgehouden in cellen waar ze geen familiebezoek mogen krijgen. Iragi sprak van een “doelbewuste terreurstrategie”.

Strijd om grondstoffen

Een belangrijk onderdeel van haar betoog was de rol van de mijnbouw in het conflict. Volgens Iragi wordt de oorlog in Oost-Congo mee in stand gehouden door economische belangen rond goud, coltan en cassiteriet.

In verschillende gebieden, waaronder Kanyola, Minembwe, Karembo, Lomera, Luhihi, Luhwindja en Rubaya, ontginnen ambachtelijke mijnwerkers onder dwang grondstoffen. Ook in Ituri zou sprake zijn van zulke praktijken.

Iragi stelde dat de gewonnen grondstoffen aan de bron worden belast, naar onder meer Bukavu en Goma worden vervoerd en daar worden vermengd met ertsen die als legaal of conflictvrij worden voorgesteld. Daarna zouden ze via verschillende handelshuizen worden geëxporteerd.

Volgens de vertegenwoordigster van het maatschappelijk middenveld verlaten ook goud, cassiteriet en coltan via clandestiene handelsroutes het Congolese grondgebied. Daardoor zouden deze grondstoffen aan de bestaande traceerbaarheidssystemen ontsnappen en later opnieuw op internationale markten terechtkomen.

“Zolang men kan doden om controle te krijgen over een mijn en de opbrengst daarvan internationaal kan verkopen zonder ter verantwoording te worden geroepen, zal de oorlog nooit stoppen”, verklaarde Iragi.

Zij stelde dat de illegale handel in grondstoffen de gewapende groepen aan middelen helpt om wapens te kopen en kinderen te ronselen.

Humanitaire situatie

Ook de humanitaire gevolgen van het conflict kwamen uitgebreid aan bod. Iragi sprak van een grotendeels vergeten humanitaire ramp en zei dat in het afgelopen jaar bijna tien miljoen mensen zouden zijn ontheemd.

In Zuid-Kivu zouden honderdduizenden ontheemden zonder voldoende hulp leven. Ze noemde daarbij onder meer Numbi, Minembwe, Kanyola, Itombwe en Mwenga. Volgens Iragi zijn bijna 800.000 mensen in verschillende gebieden al maanden zonder humanitaire ondersteuning.

De toegang tot de hulpverlening blijft volgens haar sterk beperkt. In sommige gevallen zou humanitaire toegang bovendien worden ingezet als onderdeel van de oorlogsvoering, waardoor burgers geen toegang krijgen tot noodzakelijke hulp.

Druk op journalisten en mensenrechtenverdedigers

Iragi wees de Veiligheidsraad ook op de toenemende druk op mensenrechtenverdedigers en journalisten. Activisten worden bedreigd, gearresteerd of ontvoerd nadat zij massamoorden documenteerden, illegale belastingen aan de kaak stelden of mensenrechtenschendingen rapporteerden. Ook journalisten zouden zijn bedreigd, gevangengezet of verdwenen nadat zij misstanden hadden blootgelegd.

Iragi stelde dat de Congolese wet uit 2023 die de bescherming van mensenrechtenverdedigers moet waarborgen, in de praktijk veel te weinig wordt toegepast. Zij pleitte daarom voor meer internationale ondersteuning van activisten en organisaties die mensenrechtenschendingen documenteren.

Oproep aan de VN

Namens het maatschappelijk middenveld van Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri riep Iragi de VN-Veiligheidsraad op tot een versnelde uitvoering van resolutie 2773.

Verder vroeg ze om een betere bescherming van burgers en onbelemmerde humanitaire toegang tot conflictgebieden. Ook pleitte ze voor een duidelijk beschermingsmandaat voor de VN-vredesmacht (Monusco) in gebieden met een hoog risico, met bijzondere aandacht voor mensenrechtenverdedigers.

Over de verschillende vredesinitiatieven die de afgelopen jaren zijn gelanceerd, zei Iragi dat eerdere pogingen volgens haar te weinig rekening hielden met de bevolking zelf. Zij pleitte voor een inclusief vredesproces waarin ook maatschappelijke organisaties, vrouwen en jongeren een plaats krijgen.

Investeren in lokale economie

Naast humanitaire hulp vroeg Iragi de internationale gemeenschap om meer te investeren in de lokale economie. “Steun de economie die standhoudt”, zei ze. Volgens haar moet internationale steun niet uitsluitend naar humanitaire hulp gaan, maar ook naar vrouwen- en jongerenorganisaties, landbouw en andere initiatieven die jongeren alternatieven bieden voor het zich aansluiten bij gewapende groepen.

Volgens Iragi kunnen zulke investeringen bijdragen aan economische zelfstandigheid en jongeren perspectief bieden buiten de gewapende groepen.

Meer transparantie in mijnbouw

Tot slot riep de vertegenwoordigster van het maatschappelijk middenveld op tot meer transparantie en verantwoordingsplicht in de mijnbouwsector. Ze vroeg de Verenigde Naties om hun onderzoeksmechanismen te versterken, de netwerken achter de handel in grondstoffen uit conflictgebieden openbaar te maken en sancties op te leggen aan gewapende groepen en economische spelers die hen zouden financieren.

Ook internationale bedrijven die Congolese grondstoffen aankopen, zouden volgens haar hun audits over de zorgvuldigheid van hun toeleveringsketens openbaar moeten maken. “Laat de consument weten of zijn telefoon het bloed van Rubaya bevat”, zei Iragi tijdens haar toespraak.

Ze sloot haar betoog af met een oproep aan de internationale gemeenschap om de ongerustheid over de situatie in Oost-Congo om te zetten in een concrete bescherming van de bevolking.

“Wij rekenen erop dat er na het luisteren eindelijk bescherming komt”, besloot ze.

© CongoForum, 30.09.26 (rk)

Beeld – bron: Radio Okapi

Nos sponsors