
BRUSSEL – De Democratische Republiek Congo wil meer kapitaal en expertise uit de Belgische private sector aantrekken om de ontwikkeling van haar infrastructuur te versnellen. Dat bericht de nieuwssite Zoom-Eco. De minister van Infrastructuur en Openbare Werken, John Banza Lunda, ontmoette op de ambassade in Brussel zowat 50 Belgische ondernemers en leden van de Congolese diaspora en sprak met hen over de belangrijkste investeringsmogelijkheden in Congo.
De minister spoorde Belgische bedrijven aan om deel te nemen aan de verschillende wegen-, haven-, luchthaven-, rivier- en mobiliteitsprojecten die deel uitmaken van de infrastructuurprogramma’s in Congo. Hij benadrukte de noodzaak om investeringen te koppelen aan de overdracht van technologie, vaardigheden en technische expertise. Die benadering sluit aan bij gesprekken tussen Congo en Belgische economische kringen over meer samenwerking op het gebied van infrastructuur.
Banza Lunda had op 11 september 2026 in Kinshasa al gesprekken met Belgische diplomaten en bedrijven over mogelijke economische en technische partnerschappen.
Investeringen in wegen
Kinshasa onderstreept graag de omvang van de potentiële markt in Congo. Volgens de minister groeide het geasfalteerde wegennet onder president Félix Tshisekedi van 3.000 tot 8.000 kilometer.
De nationale weg nummer 1 (RN1) is een van de prioritaire assen. Deze weg is ongeveer 3.300 kilometer lang en verbindt onder meer Moanda, in Centraal-Kongo, met Sakania, in Haut-Katanga. Volgens de presentatie van de minister moet nog ongeveer 400 kilometer worden geasfalteerd om de strategische as te voltooien.
De Congolese regering is ook van plan om snelwegen aan te leggen. Het project voor de snelweg tussen Mbuji-Mayi en Bukavu, met een lengte van 1.080 kilometer, behoort tot de grote projecten die zijn gepresenteerd. In het westen van Congo wordt gedacht aan een snelweg tussen Moanda en Kinshasa, ter onderseuning van de diepzeehaven die in Banana wordt gepland. De eerste kade (600 meter) van die haven zou in maart 2027 in gebruik moeten worden genomen.
Andere plannen gaan over de RN12 en RN16 in Centraal-Kongo en de RN7 Kananga–Kisangani, met een lengte van ongeveer 1.200 kilometer.
De regering plant verder werken aan de RN4 Kisangani–Beni en de start van werken aan de RN6 in Grand Équateur.
In totaal presenteert het ministerie een programma voor 22.800 kilometer aan wegen, met als doel het hele nationale wegennet bruikbaar te maken en het land beter te verbinden met regionale corridors, zoals die van Lobito en het Centrum.
Waterwegen en luchthavens
De in Brussel voorgestelde strategie beperkt zich niet tot het wegennet. Ze gaat ook over waterwegen, havens, luchthavens en stedelijk vervoer.
De autoriteiten hopen 28.000 kilometer aan waterwegen te laten uitbaggeren en bebakenen, om de handel aan te zwengelen. Een ander project gaat over de bouw van een weg- en spoorwegbrug tussen Kinshasa en Brazzaville.
Voor de luchthavens zijn ook vormen van samenwerking denkbaar. Kinshasa denkt aan de modernisering van de luchthaven van Ndjili, de oplevering van de luchthaven in Lubumbashi (begin 2027) en bijkomende werken in Bunia en Kananga. Er is zelfs sprake van plannen voor 15 nieuwe luchthavens.
Trams
In de hoofdstad zijn er plannen om 150 kilometer aan ringwegen aan te leggen. Congo wil ook graag trams laten rijden in Kinshasa en Lubumbashi.
Het tramproject in Kinshasa komt zeker aan bod tijdens de gesprekken met Belgische bedrijven. In Brussel is al gepraat over extra technische en administratieve stappen die moeten worden gezet om dat project werkelijkheid te laten worden.
Congo is niet alleen op zoek naar financiering voor projcten maar hoopt ook te profiteren van de technische en technologische expertise van buitenlandse ondernemingen.
© CongoForum, 25.09.26 (em)
Beeld – bron: John Banza Lunda/ACGT