
KINSHASA – De vissersboten die de Democratische Republiek Congo voor ongeveer 15 miljoen dollar heeft aangeschaft, blijken niet geschikt om in de Congolese wateren te vissen. Dat heeft minister van Visserij en Veeteelt Jean-Pierre Tshimanga Buana deze week zelf erkend tijdens een uitzending van de nationale omroep RTNC.
De onthulling vormt een van de opvallendste dossiers tijdens het eerste jaar van de regering-Suminwa II. Terwijl vrijwel alle ministers tijdens de lopende verantwoordingsronde positieve ontwikkelingen in hun respectieve sectoren naar voren brachten, kwam Tshimanga Buana met een aanzienlijk minder gunstige boodschap, aldus AfricaNews.
De minister stelde dat hij het dossier niet zelf lanceerde. Bij zijn aantreden trof hij twee bestellingen aan die al in uitvoering waren: één in Spanje, waar de levering was geblokkeerd wegens uitblijvende betaling, en één in Egypte, die vrijwel was afgerond.
Schepen zijn verkeerd ontworpen
Om een einde te maken aan geruchten dat de schepen zelfs niet zouden bestaan, stuurde de minister, met steun van zijn collega’s, een delegatie van technici naar het buitenland om de rompen te inspecteren. Die bleken daadwerkelijk te bestaan.
Daarmee was echter alleen vastgesteld dat de schepen waren gebouwd. Vervolgens kwam een fundamenteler probleem aan het licht: de schepen waren niet aangepast aan de omstandigheden waarin ze in Congo zouden moeten worden ingezet.
Tshimanga Buana erkende dat bij de aanbesteding te weinig rekening was gehouden met de specifieke Congolese omstandigheden. “We hebben schepen van dezelfde categorie besteld. Dat is niet normaal. We hadden verschillende categorieën moeten bestellen.”
Volgens de minister had het bestek rekening moeten houden met de specifieke kenmerken van de Congolese kust.
Fout type schip
Congo beschikt over slechts 42 kilometer kustlijn aan de Atlantische Oceaan, waar bovendien sterke zeestromingen voorkomen. Toch zouden de schepen niet van het type zijn dat voor de beoogde visserij noodzakelijk is. “Wij willen trawlers. Er zijn echter ringzegenvaartuigen besteld en geleverd”, aldus de minister.
Het verschil is aanzienlijk. Trawlers – in het Frans chalutiers – vissen met sleepnetten die in de diepte worden gebruikt. Sennevaartuigen (senneurs) werken daarentegen voornamelijk aan de oppervlakte met ringzegenvisserij.
Volgens de minister heeft Congo daarmee feitelijk andere schepen ontvangen dan het type dat het nodig had.
Dit roept vragen op over de controle van het hele aankoopproces: van de technische voorbereiding en het bestek tot de aanbesteding, controle en uiteindelijke oplevering.
Tests op de Nijl
De kwestie is des te opvallender omdat de officiële Congolese media in september 2024 nog melding maakten van “bevredigende” tests van de schepen op de Nijl in Egypte. De Congolese delegatieleider Daniel Nsongo Fumuankanda verklaarde destijds dat hij gerustgesteld was over de resultaten.
Het ging om acht vaartuigen: vijf schepen van acht meter en drie van 28 meter. De grootste schepen kregen de namen ‘Patrice Emery Lumumba’, ‘Simon Kimbangu’ en ‘Etienne Tshisekedi’.
De symbolische namen staan inmiddels voor schepen die volgens de huidige minister niet geschikt zijn voor de visserij waarvoor ze werden aangeschaft.
Waarom werd de bestelling niet stopgezet?
De erkenning van het probleem roept vooral vragen op over het moment waarop de overheid van de gebrekkige specificaties op de hoogte was. Als al duidelijk was dat de schepen van dezelfde categorie waren, niet waren afgestemd op de Congolese kust en bovendien van een ander type waren dan nodig, waarom werd de bestelling dan niet stopgezet of de levering niet opgeschort?
Bij overheidsopdrachten bestaan verschillende mogelijkheden wanneer geleverde goederen niet aan de technische specificaties voldoen. Zo kan de overheid onder voorwaarden een levering opschorten, de leverancier formeel in gebreke stellen, contractuele aanpassingen onderhandelen of sancties opleggen wanneer niet aan het bestek wordt voldaan.
Volgens de berichtgeving gebeurde dat niet. Integendeel: er werd een technische missie naar het buitenland gestuurd om het bestaan van de schepen vast te stellen, daarna werd de betaling geregeld om de levering mogelijk te maken en werden de schepen naar Congo gebracht. Pas daarna kwam het probleem van hun daadwerkelijke bruikbaarheid centraal te staan.
Dossier dateert van vóór regering-Suminwa II
De verantwoordelijkheid voor het dossier ligt volgens de beschikbare chronologie niet uitsluitend bij de huidige regering. Het aankoopproces werd grotendeels voorbereid en uitgevoerd tussen 2021 en 2024, dus vóór de huidige regering-Suminwa II.
Daarmee raakt de kwestie aan een breder debat over de kwaliteit van overheidsuitgaven in Congo in die periode.
De Algemene Inspectie van Financiën (IGF) uitte eerder kritiek op overheidscontracten waarbij volgens haar grote bedragen worden uitgegeven aan projecten of uitrusting die te weinig worden voorbereid of uiteindelijk niet het beoogde resultaat opleveren.
De 15 miljoen dollar voor de vissersboten wordt in dat debat geplaatst naast andere omstreden overheidsprojecten, waaronder boorputten, bussen en infrastructuurwerken die niet of slechts gedeeltelijk operationeel zijn.
Voedselsoevereiniteit
De aanschaf van de vloot kaderde in de ambitie van de Congolese overheid om de voedselsoevereiniteit te versterken en de afhankelijkheid van ingevoerde vis te verminderen. Congo importeert grote hoeveelheden diepgevroren vis en andere voedingsmiddelen. Een goed functionerende nationale vissersvloot moest bijdragen aan een grotere binnenlandse visproductie.
In plaats daarvan moet nu opnieuw worden gezocht naar een oplossing voor de schepen.
Volgens minister Tshimanga Buana heeft de leverancier zich ertoe verbonden het dossier opnieuw op te starten, met begeleiding van het Fonds voor Industriële Promotie (FPI), om te bekijken of de vaartuigen alsnog kunnen worden aangepast. Op de vraag wanneer dat zal gebeuren, antwoordde de minister dat men moet afwachten.
Oplossing nog niet in zicht
De zaak heeft zo een bijzonder wrang karakter. De schepen zijn gebouwd, getest en naar Congo gebracht, maar blijken volgens de minister niet geschikt voor hun oorspronkelijke opdracht.
Daarmee rijst de vraag waarom een grondige haalbaarheids- en technische studie niet vóór de bestelling en levering heeft plaatsgevonden.
Ook de keuze om de schepen in Egypte op de Nijl te testen, terwijl ze uiteindelijk voor gebruik op de Atlantische kust van Congo bestemd waren, roept vragen op over de relevantie van die tests voor hun uiteindelijke inzet.
Beheer van de vloot
Het dossier leidde overigens ook tot een conflict bij de Congolese overheidsdiensten. Er is namelijk onenigheid tussen het kabinet van de minister van Visserij en Veeteelt en het Nationaal Bureau voor Visserij en Aquacultuur over de vraag wie zeggenschap moet krijgen over de schepen.
Zo heeft de aanschaf van de vissersvloot tot dusver niet alleen technische en financiële problemen blootgelegd, maar ook een institutioneel conflict over het beheer ervan.
Voorlopig is het resultaat dan ook veelzeggend: Congo beschikt over vissersboten die wel varen, maar volgens de bevoegde minister niet geschikt zijn om in de Congolese wateren te vissen.
© CongoForum, 17.09.26 (rk)
Beeld – bron: ministerie van Visserij en Veeteelt