
BRUSSEL – In een artikel gepubliceerd in The Lancet roept Artsen Zonder Grenzen (AZG) alle betrokken partijen bij het onderzoek naar behandelingen en preventiemiddelen tegen het Bundibugyo-virus op om dringend maatregelen te nemen om kinderen op een betekenisvolle manier te betrekken bij studies naar de veiligheid en doeltreffendheid van deze middelen. De organisatie vraagt in het bijzonder dat kinderen snel toegang krijgen tot pediatrische formuleringen binnen de lopende studies naar orale post-expositieprofylaxe (PEP), met andere woorden de toediening van een behandeling na blootstelling aan het virus om infectie te voorkomen.
Kinderen jonger dan 5 jaar het zwaarst getroffen
De huidige uitbraak van de ziekte veroorzaakt door het Bundibugyo-Ebolavirus in de Democratische Republiek Congo (DRC) treft kinderen onevenredig hard. Op 4 augustus 2026 lag het aandeel kinderen jonger dan vijf jaar dat na een bevestigde besmetting met het Bundibugyo-virus overleed, aanzienlijk hoger dan bij volwassenen. Dit blijkt uit de bevestigde gevallen waarvoor leeftijdsgegevens beschikbaar waren.
Late opname in klinische studies, het ontbreken van aangepaste doseringsaanbevelingen voor kinderen en bezorgdheden over de veiligheid van behandelingen vormen bekende obstakels voor de toegang van kinderen, evenals zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, tot behandelingen en preventiemiddelen.
Antiviraal middel obeldesivir
De EBO-PEP-studie, die op 14 juli 2026 van start ging, evalueert momenteel het orale antivirale middel obeldesivir om infectie na een hoogrisicoblootstelling te voorkomen. Indien de werkzaamheid ervan wordt aangetoond, zou deze behandeling bescherming kunnen bieden aan personen die recent in contact zijn geweest met een besmet persoon.
In het oorspronkelijke ontwerp van de studie werden kinderen met een gewicht van minder dan 30 kg uitgesloten, wat overeenkomt met kinderen van ongeveer twaalf jaar of jonger. Een protocolwijziging om kinderen van meer dan 20 kg op te nemen, zou echter binnenkort worden goedgekeurd.
Kinderen onder de 20 kg, oftewel ongeveer zes jaar of jonger, zijn momenteel uitgesloten van de studie. Er is namelijk geen geschikte toedieningsvorm van obeldesivir voor kinderen beschikbaar en er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik van tabletten bij deze groep..
Dr. Neal Russell, pediatrisch adviseur bij AZG: “Al te vaak krijgt de betrokkenheid van kinderen bij de ontwikkeling van preventie- en behandelingsmiddelen voor noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid onvoldoende prioriteit. Vandaag is hun opname in onderzoek nochtans essentieel, aangezien kinderen een onevenredig hoog risico lopen om te overlijden wanneer zij het virus oplopen.
Onderzoekers, financiers en andere betrokken spelers moeten dringend een pediatrische studie naar obeldesivir ondersteunen, voortbouwen op de reeds beschikbare doseringsaanbevelingen en de evaluatie versnellen van andere orale antivirale middelen en monoklonale antilichamen als post-expositieprofylaxe. We moeten deze gegevens nu verzamelen, zodat kinderen toegang kunnen krijgen tot effectieve preventieve behandelingen op hetzelfde moment als de rest van de bevolking, en niet pas nadat de uitbraak voorbij is.
Gilead, het farmaceutische bedrijf dat obeldesivir produceert, heeft zich ertoe verbonden een pediatrische versie van dit antivirale middel te ontwikkelen. Wij hopen dat het bedrijf snel een duidelijk en ambitieus tijdschema zal communiceren voor de beschikbaarstelling ervan.
Wij hopen ook dat de betrokken partijen snel pediatrische studies kunnen opstarten met deze formulering, of met voor kinderen aangepaste volwassenentabletten, zodat alle risicokinderen kunnen worden opgenomen in onderzoek naar de meest doeltreffende preventieve behandelingen na blootstelling aan het virus.”
Bron: persbericht AZG, 02.09.26
Beeld – bron: Radio Okapi