VS leggen sancties op aan Rwandese goudraffinaderij wegens handel in Congolees conflictgoud (CongoForum)

WASHINGTON/KIGALI – De Verenigde Staten hebben op 25 juni nieuwe sancties aangekondigd tegen een netwerk van Rwandese bedrijven en personen die volgens Washington betrokken zijn bij de illegale handel in goud uit het oosten van de Democratische Republiek Congo. Centraal staat de in Kigali gevestigde raffinaderij Gasabo Gold Refinery, die ervan wordt beschuldigd goud te verwerken dat afkomstig is uit gebieden die worden gecontroleerd door de rebellencoalitie AFC/M23, aldus Radio France Internationale.

De Amerikaanse minister van Financiën, Scott Bessent, zegt dat de Verenigde Staten niet zullen toestaan dat “malafide groepen profiteren van de illegale ertsenhandel en de regio verder destabiliseren.”

Goud uit conflictgebied

Volgens het Amerikaanse ministerie van Financiën fungeerde Gasabo Gold Refinery als eindbestemming voor goud dat werd gewonnen in door AFC/M23 gecontroleerde delen van de provincie Zuid-Kivu. Het goud zou onder bescherming van Rwandese militairen en rebellen naar het grensdistrict Rusizi zijn vervoerd, waarna het over de weg of per vliegtuig naar Kigali werd gebracht.

Na aankomst in de raffinaderij zou het goud onmiddellijk zijn verwerkt. Sinds begin 2026 zou minstens 60 kilogram goud, met een waarde van meerdere miljoenen dollars, via deze route zijn verhandeld.

Naast de raffinaderij werden ook voorzitter Jean Malic Kalima Karekezi, algemeen directeur Bosco Kayobotsi en drie aan Kalima gelieerde mijnbouwbedrijven – Bugambira Mines, Wolfram Mining and Processing en Rwinkwavu Mining Corporation – op de sanctielijst geplaatst.

De sancties zijn gebaseerd op een Amerikaans presidentieel decreet dat maatregelen mogelijk maakt tegen personen en organisaties die de vrede, veiligheid en stabiliteit van de Democratische Republiek Congo ondermijnen, onder meer door de illegale exploitatie van natuurlijke rijkdommen.

Onderdeel van bredere campagne

De maatregel past in een reeks Amerikaanse sancties tegen spelers die betrokken zouden zijn bij het conflict in Oost-Congo.

In augustus 2025 werden al leden van de gewapende groep PARECO-FF, de Congolese mijncoöperatie CDMC en twee in Hongkong gevestigde exportbedrijven gesanctioneerd wegens hun rol in de handel in coltan uit Rubaya in Noord-Kivu.

In maart 2026 volgden sancties tegen het Rwandese leger (Rwanda Defence Force) en vier hoge officieren op grond van hun vermeende steun aan de M23-rebellen bij de inname van Goma en Bukavu.

Daarna werden ook John Imani Nzenze, een inlichtingenfunctionaris van AFC/M23, en Gustave Kubwayo, commandant van de FDLR, toegevoegd aan de Amerikaanse sanctielijst.

Volgens Washington richt iedere nieuwe sanctieronde zich op een afzonderlijk netwerk of een andere schakel binnen de illegale grondstoffenhandel.

Europese Unie was eerst

Opvallend is dat de Europese Unie Gasabo Gold Refinery al op 17 maart 2025 op haar sanctielijst plaatste wegens dezelfde beschuldigingen van het witwassen van illegaal gewonnen Congolees goud.

Ook John Imani Nzenze en Gustave Kubwayo stonden al geruime tijd op de Europese sanctielijst, respectievelijk sinds maart 2025 en juli 2024. Daarnaast werd de politieke coalitie Alliance Fleuve Congo (AFC), waartoe de M23 behoort, eveneens door de EU gesanctioneerd.

De latere Amerikaanse maatregelen roepen de vraag op waarom Washington deze doelwitten pas nu sanctioneert, terwijl Europa dit al eerder deed.

Rwanda blijft ontkennen

De sancties komen op een moment waarop Rwanda iedere betrokkenheid bij het conflict in Oost-Congo blijft ontkennen.

Tijdens een hoorzitting in het Franse parlement in april 2025 verklaarde de Rwandese ambassadeur François Nkulikiyimfura dat er geen Rwandese troepen actief waren op Congolees grondgebied, dat Kigali de rebellen van AFC/M23 niet steunde en dat Rwanda geen ertsen uit Rubaya invoerde.

Toch besloot Washington een jaar later het Rwandese leger zelf te sanctioneren wegens zijn vermeende steun aan de rebellengroep.

Na de aankondiging van eerdere Amerikaanse sancties liet Kigali weten de maatregelen af te wijzen en eraan te zullen weerstaan.

Spanningen ondanks vredesproces

De nieuwe sancties werden bekendgemaakt daags na een bijeenkomst in Londen over de uitvoering van het vredesakkoord tussen de DR Congo en Rwanda. Aan het overleg namen vertegenwoordigers deel van Congo, Rwanda, de Verenigde Staten, Qatar, Togo als bemiddelaar namens de Afrikaanse Unie en de Commissie van de Afrikaanse Unie.

Op de bijeenkomst spraken Congo en Rwanda hun bezorgdheid uit over de aanhoudende gevechten in Oost-Congo, de gevolgen van droneaanvallen voor burgers en de verslechterende humanitaire situatie, die wordt verergerd door een ebola-uitbraak.

Kinshasa informeerde over de inspanningen om de FDLR te neutraliseren, terwijl Kigali uitleg gaf over de afbouw van zijn ‘defensieve maatregelen’. Beide landen bevestigden hun engagement om het vredesakkoord volledig uit te voeren, de spanningen rond Minembwe te verminderen, samen te werken op het gebied van veiligheid en de lopende vredesonderhandelingen in Doha tussen Congo en de AFC/M23 te ondersteunen.

Binnen twee weken staat een nieuwe bijeenkomst van het gezamenlijke coördinatiemechanisme gepland.

Coltansmokkel

De sancties tegen de goudraffinaderij komen op een moment dat ook de smokkel van coltan uit Noord-Kivu opnieuw aandacht krijgt.

Volgens een rapport van de ngo Global Witness, gepubliceerd in mei 2026, werd in één jaar tijd minstens 1.400 ton coltan vanuit de mijnen van Rubaya illegaal naar Rwanda gesmokkeld tijdens de bezetting door de AFC/M23.

Op basis van douanegegevens en getuigenissen concludeert de organisatie dat zeven Rwandese bedrijven het grootste deel van deze export voor hun rekening namen en dat minstens vijf ondernemingen coltan uit het conflictgebied aankochten.

Verschillende van de genoemde bedrijven ontkennen de aantijgingen.

© CongoForum, 27.06.26 (rk)
 
Beeld – bron:Afbeelding van Csaba Nagy via Pixabay

Nos sponsors