Kinshasa buigt zich over menswaardig werk en sociale rechtvaardigheid in ambachtelijke mijnbouw (CongoForum)

KINSHASA – De DR Congo, vaak omschreven als een “geologisch schandaal” door de immense rijkdom aan grondstoffen, beschikt volgens schattingen over ertsvoorraden ter waarde van meer dan 24 miljard dollar. Daarmee speelt het land een sleutelrol in de digitale en groene economie van de 21ste eeuw. Achter die rijkdom schuilt echter een harde realiteit, constateert Actualité.cd: honderdduizenden ambachtelijke mijnwerkers leven en werken in uiterst precaire omstandigheden.

Volgens cijfers, die dinsdag werden aangehaald op een reflectiedag in Kinshasa, zijn tussen de 150.000 en 200.000 ambachtelijke ‘creuseurs’ actief in Congo, met pieken tot 450.000 in een provincie zoals Lualaba. Velen van hen werken dagelijks in geïmproviseerde mijngangen zonder beschermingsmateriaal en worden blootgesteld aan instortingen, ziektes en geweld.

Nadenken over duurzame mijnbouw

Om oplossingen te zoeken voor die situatie organiseerde IndustriALL RDC dinsdag 26 mei, met steun van de Friedrich Ebert Stiftung (FES) in Congo, een denkdag over arbeid en duurzame ontwikkeling in de ambachtelijke mijnsector.

Volgens voorzitter Jean-Benoit Ntando zullen de aanbevelingen van de bijeenkomst worden overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten. Hij riep vakbondsleden op om druk uit te oefenen op de Congolese regering om Conventie 176 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) te ratificeren. Die conventie gaat over veiligheid en gezondheid in de mijnbouw. “Als deze conventie wordt geratificeerd, zal dat veel zaken in de sector vergemakkelijken”, zegt Ntando.

“Mijnwerkers mogen niet sterven”

Ook Constantin Ground, vertegenwoordiger van de FES in Congo, benadrukte de urgentie van hervormingen. “We openen vandaag een echte discussie over de uitdagingen waarmee mijnwerkers worden geconfronteerd, zodat we samen met de vakbonden oplossingen kunnen vinden. Elke maand, elk jaar sterven Congolese arbeiders in de mijnen, en dat moet stoppen”, zei hij.

Volgens Ground hebben zowel vakbonden als bedrijven en beleidsmakers de verantwoordelijkheid om de arbeidsomstandigheden te verbeteren.

Oproep tot strengere wetgeving

Tijdens de discussies formuleerden verschillende panelleden aanbevelingen voor een meer menswaardige mijnbouw.

Getou Mboyo, vertegenwoordigster van het ministerie van Werk, pleitte voor een versterking van het wettelijk kader rond veiligheid en gezondheid op het werk. Zij riep op tot de ratificatie van de IAO-conventies 155, 156 en 187 en een betere afstemming van de Congolese wetgeving op de internationale normen.

Professor Raphael Matamba van het onderzoekscentrum ARESCOM, verbonden aan het ministerie van Mijnbouw, benadrukte onder meer de noodzaak om kinderarbeid en de inzet van zwangere vrouwen in de ambachtelijke mijnbouw actief te bestrijden. Hij pleit ook voor meer gendergelijkheid en de operationalisering van officiële handelscentra voor ambachtelijk geproduceerde ertsen.

“We werken om te leven, niet om te sterven”

Alexis Muhima van de ngo OSCMP onderstreept dat ambachtelijke mijnwerkers dezelfde aandacht verdienen als de industriële mijnen. “Wij stappen niet in de ambachtelijke mijnbouw om te sterven, maar om in ons levensonderhoud te voorzien. De formalisering van de ambachtelijke mijnbouw en de strikte toepassing van de IAO-normen, in het bijzonder Conventie 176, blijven essentieel om menswaardig werk en sociale rechtvaardigheid in de sector te bevorderen.”

Een adviseur van het Congolese ministerie van Mijnbouw, aanwezig op de bijeenkomst, beloofde namens de minister dat de aanbevelingen zullen worden meegenomen in de toekomstige hervormingen die moeten leiden tot een meer duurzame ontwikkeling van de mijnsector in Congo.

© CongoForum, 27.05.26 (rk)

Beeld – bron: Radio Okapi

Nos sponsors