
NEW YORK – Alle strijdende partijen in Oost-Congo maken gebruik van drones, artillerie en explosieven. Zo vernietigen ze wel de levens van vele burgers en verwoesten ze vitale infrastructuur. Dat zegt Nada Al-Nashif, de adjunct van de VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten.
Enkele weken terug kostte een droneaanval het leven aan drie mensen in Goma, onder wie Karine Buisset, een medewerkster van Unicef. Geregelde aanvallen tegen de luchthaven van Bangboka in Kisangani zaaiden daar paniek bij de burgerbevolking en deden mensen op de vlucht slaan.
Nada Al-Nashif maakt zich zorgen over het grote aantal gewapende groepen in het oosten van Congo, de buitenlandse inmenging, etnische spanningen en het niet al te geweldige bestuur in het land. En dat terwijl er een race bezig is om zoveel mogelijk grondstoffen in handen te krijgen.
De Verenigde Naties hebben weet van 600 willekeurige executies die het leven kostten aan meer dan 1.300 personen. Het aantal schendingen van de mensenrechten scheert hoge toppen, en vele feiten blijven dan nog onder de radar.
Gewapende groepen als M23, ADF en CODECO zijn verantwoordelijk voor vele misdrijven. Maar ook de Congolese regeringstroepen schenden de mensenrechten en plegen feiten van seksueel geweld.
Meer diplomatieke druk
De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, Volker Türk, dringt aan op maximale diplomatieke druk om ervoor te zorgen dat gemaakte afspraken ook effectief worden uitgevoerd. Rwanda moet zijn troepen uit Congo terugtrekken en het Congolese grondgebied respecteren.
Gebrek aan middelen verklaart waarom het Hoge Commissariaat voor de Mensenrechten op het terrein niet heel veel kan doen. Er was een plan om acht experts met een medisch-juridische achtergrond te sturen naar het kantoor in de DR Congo, maar dat ging niet door bij gebrek aan centen. “Zo zijn we minder in staat om onderzoek te doen naar ernstige schendingen, zoals de feiten die werden begaan in Uvira in Zuid-Kivu”, aldus Nada Al-Nashif.
Ook bij de mensenrechtenafdeling van de VN in Congo moet worden bespaard. Het personeelsbestand daar werd ondertussen 37% kleiner dan het was. Als gevolg daarvan wordt er minder actie op het terrein ondernomen, is er minder ondersteuning van gerechtelijke onderzoeken en is het erg moeilijk om een internationale onderzoekscommissie haar rol te laten spelen.
De humanitaire coördinator van de VN in Congo, Bruno Lemarquis, is ongerust over de slechtere toestand in Oost-Congo maar wijst tegelijk op de problemen in het westen van het land, waar de Mobondostrijders een bron van geweld blijven. In de regio Katanga is de militie Bakata Katanga weer actiever. Lemarquis is ook ongerust over de drones die infrastructuur in Kisangani aanvielen.
© CongoForum, 26.03.26 (db)
Beeld – bron: Afbeelding van Edgar Winkler via Pixabay