
KINSHASA – Zullen er meer middelen gaan naar het Fonds voor herstelbetalingen en schadevergoedingen aan slachtoffers van illegale activiteiten van Oeganda in de Democratische Republiek Congo (FRIVAO), zodat dit fonds zijn rol ten volle kan vervullen? Dat vraagt de redactie van Actualité.cd zich af.
Volgens verschillende getuigenissen raakt deze kwestie de slachtoffers van de zesdaagse oorlog in Kisangani, de hoofdstad van de provincie Tshopo, diep en roept zij tal van vragen op over hun kansen op gerechtigheid en schadevergoeding.
Er is steeds minder hoop op een correcte gang van zaken door de vele verdenkingen van verduistering die op deze openbare instelling rusten. FRIVAVO werd opgericht om de fondsen uit Oeganda te beheren.
De kwestie kwam opnieuw ter sprake op de ministerraad van vrijdag 20 februari. De minister van Justitie, Guillaume Ngefa, kondigde daar aan dat FRIVAO zijn werkzaamheden zal hervatten. Dat zal gebeuren in twee fases.
De eerste fase gaat over collectieve schadevergoedingen: de uitkeringen aan geïdentificeerde gemeenschappen en groepen slachtoffers zullen onmiddellijk van start gaan. Ngefa benadrukte dat deze fase bedoeld is om tegemoet te komen aan de dringende behoeften van de bevolkingsgroepen die getroffen zijn door de illegale activiteiten van Oeganda in Congo.
De tweede fase gaat over individuele schadevergoedingen. Voordat de individuele uitkeringen van start gaan, zal een audit van het slachtofferregister worden uitgevoerd. Volgens de minister van Justitie zal deze audit het mogelijk maken om het recht op vergoeding van de begunstigden te controleren en een eerlijke en transparante verdeling van de schadevergoedingen te waarborgen.
In verband met de voortzetting van het elektrificatieproject van de stad Kisangani zei minister Ngefa dat er aan de regering is voorgesteld een nieuw contract te laten ondertekenen tussen Congo Energy en het ministerie van Justitie, met het ministerie van Water en Energie en de SNEL als garanten voor de technische aspecten, en FRIVAO als medefinancier.
Opgericht in 2019
Het Fonds voor herstelbetalingen en schadevergoedingen aan slachtoffers van illegale activiteiten van Oeganda (FRIVAO) werd in december 2019 opgericht om de compensatie te regelen voor Congolese slachtoffers van misdaden die tussen 1998 en 2003 door het Oegandese leger zijn begaan. Maar al snel werd dit Fonds erg omstreden. FRIVAO moest 325 miljoen dollar verdelen die Kampala op grond van een arrest van het Internationaal Gerechtshof aan de Democratische Republiek Congo moest betalen. Maar het werd pas in november 2023 in Kisangani daadwerkelijk operationeel, na de benoeming van het managementteam in april van dat jaar.
Het arrest van het Internationaal Gerechtshof sprak over vijf jaarlijkse tranches van 65 miljoen dollar. Tussen januari 2022 en december 2024 ontving het fonds daadwerkelijk 194,9 miljoen dollar ontvangen, wat overeenstemde met de eerste drie termijnen.
Toen het beheerscomité op 12 augustus 2024 werd geschorst, stond er 101,09 miljoen dollar op de schadevergoedingsrekening en 178.000 dollar op de exploitatierekening. Deze bedragen omvatten de reeds uitbetaalde schadevergoedingen aan 101 slachtoffers, de 3.163 gevalideerde dossiers, een voorschot van 213.000 dollar voor de bouw van een gedenkteken in Kisangani op een totaal budget van 710.000 dollar, en negen miljoen dollar voor het herstel van de elektriciteitsvoorziening in Kisangani en Buta.
Volgens de eerste coördinator, mgr. François Mwarabu, werd de verdeling van de middelen gebaseerd op een logica in drie blokken: 69% voor individuele en collectieve schadevergoedingen, 12% voor materiële schade en 18% voor schade in verband met natuurlijke hulpbronnen. De Algemene Inspectie van Financiën bevestigt dat deze verdeelsleutel was overgenomen uit een nota die zij aan de toenmalige minister van Justitie, Rose Mutombo, had gestuurd.
Crisissen
Vanaf het moment dat het FRIVAO operationeel werd, raakte het verstrikt in een reeks crisissen. Het comité onder leiding van mgr. Mwarabu werd eerst geschorst door de toenmalige minister van Justitie, Constant Mutamba, die hem verving door Chancard Bolukela. Maar die werd ook geschorst, waardoor de eerste verantwoordelijke weer terugkeerde. In juli 2025 werd Bolukela in Kinshasa gearresteerd. Bij zijn aantreden bij het ministerie hekelde Constant Mutamba de “inconsistenties tussen de uitgekeerde bedragen en de ondernomen acties” en benadrukte hij dat een jaar na de start van het proces minder dan honderd slachtoffers waren schadeloosgesteld.
Onder zijn leiding werden de betalingen in augustus 2024 hervat, waarbij het bedrag per slachtoffer werd verhoogd van 200 naar 2.000 dollar. Het fonds beweert in acht maanden tijd meer dan 14.000 mensen te hebben schadeloosgesteld. Maar de minister werd uiteindelijk toch door justitie ingehaald: op 2 september 2025 werd hij door het Hof van Cassatie veroordeeld tot drie jaar dwangarbeid en vijf jaar onverkiesbaarheid in een afzonderlijke zaak rond de bouw van een gevangenis in Kisangani. Mutamba blijft deze beslissing als politiek gemotiveerd bestempelen.
Naarmate FRIVAO meer bekendheid kreeg, werd het fonds het doelwit van meerdere onderzoeken door het Hof van Cassatie, de Cenaref, het Agentschap voor corruptiepreventie en -bestrijding en de IGF.
Een onderzoek van het Centre de recherche en finances publiques et développement local (CREFDL) over een periode van drie maanden stelde dat 105,135 miljoen dollar die bestemd was voor de slachtoffers niet was uitgekeerd en schatte dat slechts 1,98% van de beschikbare middelen daadwerkelijk was uitbetaald tot oktober 2024. Het bestuur van FRIVAO verwierp de conclusies en voerde aan dat het fonds onder zijn twee mandatarissen 154,57 miljoen dollar had ontvangen en dat er nog een saldo van 112,38 miljoen op de rekeningen stond, waardoor volgens het bestuur de hypothese vaneen grootschalige verduistering onmogelijk was.
De opeenstapeling van controverses deed de regering alle rekeningen van FRIVAO te bevriezen in afwachting van veel meer duidelijkheid. De betalingen werden opgeschort, waardoor zowel individuele vergoedingen als collectieve projecten zoals het monument in Kisangani werden stopgezet.
Nieuwe minister
Toen de nieuwe minister van Justitie, Guillaume Ngefa, in november 2025 naar Kisangani reisde, stelde hij een strenge balans op van de waargenomen praktijken: verduistering, politisering van de structuur, smeergeld, het aanmelden van valse slachtoffers, vijandigheid tussen verenigingen van begunstigden. Hij verwees naar de “sterke en legitieme” verwachtingen van de slachtoffers en kondigde een volledige hervorming van het herstelmechanisme aan, met inbegrip van een financiële audit door een internationaal kantoor, de oprichting van een onafhankelijk interim-team, een systeem van directe en traceerbare betalingen, en een verbintenis om regelmatig de uitgaven en anoniem gemaakte lijsten van de gecompenseerde personen te publiceren. De minister benadrukte dat er een morele plicht is om FRIVAO normaal te laten werken.
De soap rond het FRIVAO leidde tot veel discussies over het vermogen van de staat om gerechtigheid en schadevergoedingen te garanderen voor slachtoffers van misdaden uit het verleden. Meer dan 20 jaar na de misdaden in Ituri en Kisangani wachten de slachtoffers nog altijd op concrete schadevergoedingen en een daadwerkelijke erkenning van hun leed. De rol van de politieke en administratieve autoriteiten lijkt cruciaal te zijn in deze onwenselijke situatie: controversiële beslissingen, opeenvolgende schorsingen van de beheerscomités en zelfs veroordelingen van bepaalde ministers ondermijnden de doeltreffendheid van het fonds aanzienlijk.
Maar de verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de autoriteiten. Ook het middenveld, slachtofferverenigingen en de internationale gemeenschap moeten hun rol spelen.
Morele plicht
Hoe kan worden gewaarborgd dat de middelen correct worden gebruikt en dat de transparantie wordt verzekerd? Uit onderzoeken van de IGF, de Cenaref en de CREFDL blijkt dat het ondanks strenge controles moeilijk blijft om verduistering en politieke invloeden te voorkomen. Regeringsleiders, technici, burgers en buitenlandse partners moeten nu manieren vinden om een kwetsbaar mechanisme om te vormen tot een geloofwaardig instrument voor herstel en gerechtigheid.
Het gaat hier om meer dan alleen financieel beheer, het is een morele plicht. Het vertrouwen van de slachtoffers en het publiek herstellen, laten zien dat het verleden niet vergeten is en dat het leed van de bevolking erkend en hersteld kan worden: dat is waar het om gaat.
Als het lukt om FRIVAO correct te laten werken, kan dat een symbool worden voor de aanpak van zulke dossiers in Congo. Als dat niet lukt, dreigt het frustratie, woede en ontgoocheling te verankeren in een toch al intens nationaal debat over herinnering, verantwoordelijkheid en bestuur.
© CongoForum, 23.02.26 (rk)
Beeld – bron: FRIVAO