
RUBAYA – De recente instorting in de coltanmijn in Rubaya, in de streek van Masisi in Noord-Kivu, heeft enorm veel mensenlevens geëist. Hulpverleners doen hun best om zoveel mogelijk stoffelijke overschotten te bergen. De Congolese regering zegt ondertussen dat Rubaya een voorbeeld is van de manier waarop Rwanda en de rebellen van M23/AFC ertsen plunderen.
Volgens de huidige stand van zaken kwamen minstens 226 personen, volwassenen en kinderen, om het leven in de mijn. De slachtoffers waren ambachtelijke mijnwerkers, vrouwen die handel dreven en ook kinderen.
De bodem was onstabiel in de mijn, en dat werd nog verergerd door zware regenbuien en rudimentaire methodes om coltan te ontginnen.
De regering in Kinshasa zegt dat de ramp in Rubaya direct te linken is aan de ‘economische oorlog’ die Rwanda en zijn bondgenoten aan het voeren zijn. In de eerste zes maanden van 2025 explodeerde de Rwandese uitvoer van coltan met meer dan 200%, terwijl het land slechts geringe coltanvoorraden heeft. Het zoveelste bewijs dat Rwanda onze grondstoffen steelt, onderstrepen de Congolezen.
De regionale en internationale certificeringsmechanismen werken niet efficiënt, aldus Kinshasa. Deze mechanismen verhinderen niet dat Rwanda en de rebellen grondstoffen plunderen en ze daarna exporteren. De afnemers van grondstoffen, vaak multinationals, dragen ook hun deel van de verantwoordelijkheid, luidt het. En iedere ton coltan die verkocht wordt, helpt om het geweld in Oost-Congo in stand te houden.
De DR Congo wil het dossier Rubaya aankaarten bij internationale gerechtelijke instanties. “Wij engageren ons in de vredesprocessen maar het zoeken naar vrede kan niet samengaan met straffeloosheid”, klinkt het.
© CongoForum, 02.02.26 (db)
Beeld – bron: Monusco/Congolese pers